Op het vuur: Mijn stoofvlees, niet dat van uw mama, grootmoeder of suikertante. Het mijne!

16 10 2008

De herfst is in het land. Half de bevolking loopt te niezen als een eland allergisch aan kerstmannen, de andere helft geniet van vallende blaadjes, kleurige wereld en heerlijke champignons. En Clumsy, wel, die smacht naar stoofpotten allerhande. En de spits wordt afgebeten door niets minder dan the one, the only, the original: stoofvlees!

De basis: vlees, vocht en bindmiddel. Voeg daarbij the secret ingredients (*duivelse lach*) en je bekomt een unieke schotel die generaties aanspreekt, perfect past bij lekkere frieten en je innerlijke mens wapent voor de kille avonden die ons nog te wachten staan. De geitenwollensokken melden zich zo aan.

 

Ik ben een redelijke cava mens, dus ik ben niet te bescheten om jullie mijn recept te geven. Vooral ook omdat ik er nog geen echt benul van heb of het een hit wordt. Het stoofvlees staat namelijk nu nog te pruttelen en wordt morgen geproefd door mijn goede vriend, Fré. En ook al kan je het tegendeel vermoeden, deze jongen is een moeilijke eter…

Gelukkig ken ik de brave knul al even en weet ik ook wat voor spek z’n bek lust. Het soort dat het beste haalt uit hop, gerst en water. Wink wink, notch notch. Nu, behalve een stevige pater, heb ik er ook mijn eigenste geheime ingrediënt in geflikkerd. Jawel. Oma’s overal ter wereld: be afraid! Be very afraid... Want ik heb speculaaspasta and I’m not afraid to use it!

Now let’s get cooking!

Nodig voor 2 hongerige baardapen: 500 gram stoofvlees, 1 ui, onbestemd aantal Westmalle Dubbels (een mens moet ook iets drinken voor/bij/na z’n eten), goei boter, bloem, 1 boterham besmeerd met goede mosterd, 2 laurierblaadjes, 4 kruidnagels, peper en een forse eetlepel speculaaspasta.

Recept: Laat de boter smelten op een zacht vuurtje en bak de ajuin glazig. Draai het vuur de hoogte in en bruin het stoofvlees. Als het vlees lekker bruin is, strooi er dan een lepel gladde bloem over, roer goed om en blus met 1 Westmalle. Ontkurk een tweede, schenk in met Liefde en geniet. Niet te lang want je wil de saus nu kruiden met wat laurier, kruidnagel en stevig wat peper. Als de boel goed pruttelt, leg er dan een boterham besmeerd met mosterd bij, draai het vuur laag, leg een deksel op de pan en laat op een laag vuur pruttelen terwijl je het af en toe omroert. Doe er – als je de tijd ervoor rijp vindt – nog een goede lepel speculaaspasta bij en laat nog een klein uurtje verder pruttelen. Draai het vuur uit en ga slapen. Morgen heb je fantastisch stoofvlees! En als je niet op let met die Westmalles, een kater op de koop toe… (Nu, de kater ben ik zeker van. De goedkeuring van mijn tafelgenoot daarentegen…)

Is getekend: The Clumsy Chef
Advertenties




Op het vuur: Hamburgers, een instituut?

18 08 2008

Nu we het toch hebben over caloriebommen en Amerikanen, waarom dan niet meteen over hamburgers? Ik las onlangs in Ché (u weet wel, dat boekske dat u koopt ‘voor de artikels’ om vervolgens te beseffen dat de naaktfactor toch beduidend onder uw verwachtingen scoort en u alsnog de artikels gaat lezen) dat hamburgers een ondergewaardeerd Amerikaans instituut zijn. En dat een echte hamburger geen uitstaans heeft met wat ze bij McDo en collega’s verpatsen. Goed zo.

Ik heb iets tegen Amerikaanse instituten. Ze doen me iets te vaak denken aan fundamentele christenhonden en “In America, everything’s bigger ” (behalve het gemiddelde IQ) -toestanden. En aan scholen die iets willen doen voor de veiligheid van hun leerlingen door de leerkrachten wapens te laten dragen. (Echt waar, Dumfuckistan: ik heb de oplossing voor jullie problemen met vuurwapens: verbied ze) Nee, Amerika, niet mijn favoriete land.

Aan de andere kant: ze hebben ons ook mooie dingen geschonken. Wat zou de hedendaagse cinema zijn zonder Hollywood? Europa zonder landing in Normandië? Mijn (en die van vele andere mannen én vrouwen) fantasieën zonder Angelina Jolie? Juist ja, niet vet veel. Dus wil ik die hamburgers nog een kans geven. Vooral als ik er m’n eigen ding mee mag doen.

Dus Amerika: bedankt voor de burgers en Angelina. Hou het daarbij, gooi uw kernarsenaal overboord, doe gewoon en we worden allemaal dikke – no pun intented– vriendjes.

Recept:

Nodig: gehakt, sjalot, parmezaan, eieren, broodkruim, peper, zout, sla, tomaten, jonge kaas, mosterd, broodjes.

Ik heb voor dit recept het gehakt gemengd met een gesnipperd sjalotje, geraspte parmezaan, wat eieren, peper en zout en broodkruim.  Je kan hiermee doen wat je wil: champignons, gekookte worteltjes, geraspte courgette: go wild. Zorg er gewoon voor dat je iets kan fabriceren dat stevig blijft.

Bakken: je hebt hier opnieuw verschillende opties. Heb je een bbq of goede grill: gewoon daarop gooien en wachten. Geeft waarschijnlijk het beste resultaat. Wij hebben gekozen om de hamburgers eerst te koken in wat bouillon en te bakken in een pan. Zo zijn ze perfect doorbakken en sukkel je niet met aangebakken restjes. Je kan ze tenslotte ook gewoon bakken in een pan, maar dat is ietsje moeilijker en voor je het weet eindig je met gehavende burgers. Draai je hamburger sowieso maar 1 keer om. Zo krijg je het beste resultaat. Voor cheesburgers: als je de hamburger gedraaid hebt, leg er dan een plakje kaas op terwijl ie nog in de pan ligt. Zo smelt je kaas net genoeg voor je de burger naar binnen werkt.

Broodje: hierover zijn volledige bibliotheken volgeschreven. Mrs. Teaspoon zweert bij een lekker ouderwetse pistolet omdat zij haar hamburgers liefst heeft “zoals op de markt”. Anderen eisen een sesambroodje zoals in het frituur. Ik hou wel van zachte ovenbroodjes. Kies vooral zelf.

Groentjes: Hier geldt opnieuw de stelregel “kies vooral zelf”. Ik hou het zelf liefst zo simpel mogelijk: sla en tomaat. En omdat ik er zin in had: rucola en kerstomaatjes. Lekker verfijnd.

Saus: goede mosterd. Met bollekes in. Niets anders. Sorry.

Is getekend: The Clumsy Chef




Op het vuur: Panzanella

24 06 2008

GSM rinkelt
C: Wat eten we vanavond?
M: Een slaatje.
C: Mmm. Lekker. Met wat?
M: Sla, tomaatjes en brood.
C: Is dat al?
M: Ja. Dat is al.
C: Uhu…

Enkele uurtjes later schoof een hongerige West-Vlaming aan de tafel en serveerde ik hem een heerlijk gekleurd en zalig geurend slaatje. Zijn reactie was gelukkig beter dan aan de telefoon: “Wow, dat ziet er fantastisch uit.” Panzanella. Een eeuwenoude, Toscaanse salade waar je duizende variaties kan bij verzinnen. Ik plukte het receptje uit een extra editie van Weekend Knack en vond mijn ingrediënten op de zondagmarkt.

 

Recept

Nodig voor 2 sceptische smullers: basilicum, rucola of waterkers (wij gebruikten veldsla wegens lekker vers), look, rode ui, ciabatta, enkele tomaten, sap van een halve citroen, mosterd en olijolie.

Breek de ciabatta in stukken en rooster ze in 5 minuten in een voorverwarmde oven van 220°C. Snij de groenten in stukken en meng ze in een kom. Bak de stukken geroosterde ciabatta 1 tot 2 minuten in olijfolie en look. Van de citroensap, mosterd en olijfolie maak je een vinaigrette. Basilicum erover snipperen en serveren.

Uit: “100 toprecepten Salades en zomerse gerechten”, Weekend Knack, extra editie. Roeselare, 2008.

Is getekend: Mrs. Teaspoon